Vrije versus reguliere thuishulp

thuishulp

Zowel de wijkverpleging en verzorging die via de zorgverzekeraar loopt als de vrije zorgbureaus leveren goede kwaliteit. 

Dit blijkt onder andere uit een afweging die in de Trouw wordt gemaakt van een 70-jarige man die na een operatie langdurig zorg nodig heeft. Moet hij  een van de ‘vrije zorgbureaus’ inschakelen; de thuishulporganisaties die geen contract hebben met een verzekeraar? Of kiest hij beter voor een regulier thuiszorgbedrijf dat wel onder controle staat van de zorgverzekeraar? Als zaken als geld, verwachtingen en kwaliteit met elkaar worden vergeleken, blijken er aan beide opties voor- en nadelen te kleven.

Geld

Als de 70-jarige kiest voor een reguliere thuishulporganisatie, hoeft hij niets te doen aan financiële administratie en wordt de thuiszorg vanzelf wordt betaald, zoals bij een bezoek aan de huisarts.Dat geldt voor de zorgbureaus die een akkoord hebben getekend met een verzekeraar. Dat is natuurlijk het prettigst. Vaak hoort iemand via via van een goede thuiszorg organisatie die niet bij een verzekeraar is aangesloten. Voor persoonlijke verzorging zoals wassen en aankleden zou hij gemiddeld 15 tot 20 euro per uur moeten betalen. Voor intensievere zorg of hele langdurige zorg kost dit dus wel extra. Tenzij de man voor een duurdere zorgpolis bij zijn verzekeraar heeft gekozen, de zogeheten restitutiepolis. Dan vergoedt de verzekeraar ook de niet gecontracteerde zorgverleners voor de volle 100 procent

Kwaliteit

Het beeld van de reguliere zorg dat verpleegkundigen van de ene deur naar de andere rennen is in de praktijk minder merkbaar dan gedacht wordt meldt de Trouw. Ook verpleegkundigen in de reguliere thuiszorg hebben aandacht voor hun patiënten, luisteren naar verhalen en beantwoorden vragen.

Er is alleen een verschil als de man vragen heeft die verder gaan dan het genezingsproces. Voor een vraag over zijn toekomstperspectief zal de ‘vrije verpleegkundige’ daar eerder aandacht voor hebben dan de reguliere. Zij kijken ook naar ‘de vraag achter de vraag’, zoals het verschil in januari nog in een rapport werd omschreven.

Bron: Trouw